‘Als ik maar eens zou kunnen huilen’ dacht ik enkele maanden geleden, ‘dan zou al dat verdriet binnenin me vanzelf verminderen’
‘Als ik maar weer zou kunnen praten’ dacht ik toen, ‘dan zou ik kunnen vertellen hoezeer ik je mis’
Ik praat weer Wautje en ik ween.
Stilaan durf ik in mezelf kijken. Naar mijn bodemloos verdriet om jou.
Het is er nog steeds, heel intens nu, heel erg confronterend.
Ik huil Wautje … ik huil al de tranen van de wereld, maar neen … verlossing brengt het niet.
Het zijn de tranen van het besef … ik ben je echt kwijt.
Ik hou mijn hoofd niet meer gebogen,
en voel de zon weer op mijn huid,
In de verte een schaterlach van kinderen.
Ik kijk weer rond Wautje en zie het leven om me heen.
Warm leven, mooi leven. Jonge vrolijke mensen, net zoals jij.
Mijn adem stokt, de pijn om jou welt torenhoog op.
Waarom kan jij niet één van hen zijn?
Recente reacties